Zo ver als we kunnen kijken zien we ze. Grillig gevormde torens, pilaren, zuilen, hoodoo’s. Rood zandsteen, met een dun laagje sneeuw erover gestrooid als poedersuiker op een stapel poffertjes.
Links van ons zien we een hoog uitkijkplatform, en iets verderop een slingerend pad dat over de rand van de canyon loopt, en dan zigzaggend de diepte in duikt.
‘Is dat ons pad?’, vraagt Jan. Ik check de kaart. Jep. Dat is ons pad.

We zijn in Bryce Canyon! We staan weer vroeg naast ons bed vandaag en rijden ruim anderhalf uur naar de noordelijke toegangspoort van Bryce Canyon National Park.
Op de app van de National Park Services hadden we al gezien dat vandaag enkele paden niet toegankelijk zijn, onder andere door steenlawines van een paar dagen geleden.
Bij de ranger in het bezoekerscentrum check ik nog even of het pad dat we volgens de app wél kunnen lopen ook echt begaanbaar is. Met goede wandelschoenen en voldoende oplettendheid was het geen probleem volgens hem, dus op naar de ‘Queens Garden Trail’!
We parkeren de auto en lopen richting de start van het pad. Voordat we daar zijn kunnen we al een blik werpen in het ‘Amphitheater’ – de grote canyon vol hoge zuilen van rood zandsteen (hoodoo’s) waar Bryce Canyon National Park om bekend staat.
Als we bij het Amphitheater aan komen is het net alsof we naar het eind van de wereld lopen. Ineens houdt de aarde op en kijken we zo over het randje op alle hoodoo’s. Het heeft gesneeuwd en alles is bedekt met een laagje wil poeder. Het maakt alles nóg een beetje sprookjesachtiger.
We lopen naar de start van het wandelpad en slingeren meteen een heel eind naar beneden, tussen de hoodoo’s door, het Amphitheater in.
Het is weer waanzinnig mooi. De contrasten tussen rode steen, blauwe lucht, groene bomen en witte sneeuw is een lust voor het oog en na iedere bocht zien we nieuwe vormen in de rotsen.
Na ruim drie kilometer wandelen zijn we zo ver in de canyon afgedaald dat we niet meer verder kunnen. Tenminste, de paden die we kunnen vervolgen zijn afgesloten door steenval.
We pakken even pauze en draaien dan weer om. Terug over hetzelfde pad. Absoluut geen straf, maar nu moeten we wel omhoog! De rand van de canyon ligt op zo’n 2500 meter hoogte en ik merk dat er minder zuurstof in de lucht zit. Na het eerste stukje vals plat loop ik al te hijgen als een postpaard.
Gelukkig krijgen we het ritme van stijgen te pakken en staan we na een klein uurtje weer boven aan de rand.
We lopen terug naar de auto om nog wat uitzichtpunten te bezoeken.
Telkens als we uitstappen en naar een uitkijkplatform lopen ontvouwt er zich een nieuw panorama. Het blijft een betoverend gezicht.
Als we bij ‘Inspiration Point’ de laatste meters klimmen laten we ook voor de laatste keer het uitzicht op ons inwerken. We ademen nog een keer goed de frisse berglucht in en nemen dan afscheid van deze overweldigende natuurpracht.
Morgen rijden we terug naar Las Vegas en komt het einde van onze reis in zicht.