Stap voor stap, voet voor voet. Kilometer na kilometer en mijl na mijl. Langs bandjes, DJ’s, casino’s, duizenden lampjes. Langs de kant staan mensen met bordjes met ‘you are my favorite runner!’, ‘you paid to do this’ en ‘remember your why’.
We zijn ruim 16 kilometer onderweg en ik merk aan Jan dat hij er klaar mee is. Zijn lijf doet zeer, zijn brein fluistert in z’n oren dat het beter is om te stoppen, waarom doe je jezelf dit aan? Maar hij zet door. Stap na stap, voet na voet.
‘Keep fighting brother!’ roept een zichtbaar vermoeide man langs de kant, met een medaille om zijn nek. Hij is al klaar. Hij wel.
Dan piepen onze horloges. Twinting kilometers zitten er op. Nog 1,1 te gaan. Jan recht zijn rug, snuift diep in en vindt een nieuwe versnelling. ‘Wooooh, let’s goooo, you’re doing it!’ klinkt er langs de kant.
Yes, let’s go. Op naar de finish!
Het is zondag! Halve marathon dag! De reden waarom we helemaal deze kant op zijn gevlogen nadert en Jan is een tikkie nerveus. De start is pas om 16.30, zodat we het grootste deel van de route door het donker langs alle lampjes van Las Vegas kunnen rennen. Run the strip at night is de slogan, dus we hebben nog wat uurtjes om te overbruggen.
We starten met een bezoek aan een geldwisselkantoortje en nog eens naar een supermarkt. De favoriete manier van Jan om de lokale cultuur op te snuiven is kijken welke producten ze in de lokale supermarkten hebben liggen en wat de prijsverschillen zijn met Nederland.
Terug in het appartement hebben we nog steeds een uurtje of drie tot we naar de start moeten lopen. Jan verzet zijn gedachten door nog eens een potje poker te spelen en ik vermaak me door tot drie keer toe alles te controleren wat we nodig hebben. Startnummer, check. Hardloopschoenen, check. Favoriete onderbroek, check.
Dan is het tijd om naar de start te gaan. We zijn zeker niet de enige lopers en hoe dichter bij de start we geraken, hoe meer de voetgangers gekleed gaan in hardloopschoenen met watervestjes in plaats van in feestkleding met grote bekers schaafijs met alcohol van de Fat Tuesday’s.
Wij starten in startvak paars, het laatste vak. Om iets voor half vijf klinkt het Amerikaanse volkslied en dan tellen we af van tien tot nul. En nog eens. En nog eens. En nog eens. Het duurt even voor we met ons vak echt aan de beurt zijn en ieder startvak krijgt haar eigen start met aftellen en vuureffecten.
Dan staan we toch echt aan de startboog en is het aftellen voor ons. ‘Three, two, one!’, klinkt het, en dan vuur en een harde, lange toeter! We gaan!!!
We rennen de Strip op en neer. Letterlijk. Eerst vanaf de start bij New York New York naar het zuiden. We passeren Luxor en het ‘Welcome to Fabulous Las Vegas’ bord. Dan draaien we om terwijl vliegtuigen boven onze hoofden het vliegveld naderen om te landen. Terug naar het noorden. Weer langs New York New York, langs MGM Grand, Paris, Flamingo’s, The Venetian, The Wynn. Langs waterposten waar ze van dat vieze zwembadwater uitdelen. Hoe die Amerikanen dat kunnen drinken is me een raadsel. Gelukkig heb ik een flesje gefilterd water bij me.
We tikken kilometer na kilometer, of – zoals ze hier zeggen – mijl na mijl af. Langs de route staan bandjes en DJ’s die er een feestje van maken en ik heb mezelf helemaal volgehangen met glowstokjes om er maar zo belachelijk mogelijk uit te zien. Als Jan dan om me moet lachen, doen zijn benen misschien minder zeer. Maar hoe je het ook wendt of keert; die eenentwintig komma één kilometer of dertien komma één mijl moet hij toch helemaal zelf afleggen.
Als we de Stratosphere voorbij zijn, verlaten we het drukke deel van de Strip. Echt druk op het parcours was het sinds de lopers van de 10k loop zich van ons afsplitsten toch al niet meer, maar nu is er langs de route ook niet meer veel te beleven. We lopen richting ‘downtown’, ‘old Las Vegas’ en de ene na de andere trouwkapel doemt op. En overal kan je door Elvis Presley getrouwd worden. Wij rennen maar gewoon even door.
Na 14 kilometer draaien we nog een keer om. Weer terug naar het zuiden, richting de Bellagio, naar de finish. We zitten op tweederde van de afstand en alles begint pijn te doen. Om ons heen is het qua lopers nog maar rustig, maar gelukkig hebben de vrijwilligers van de waterposten energie en vibes voor iedereen. Zij staan hier al uren en hebben al duizenden lopers aangemoedigd, maar de high fives en erehaagjes zijn nog niet op. Gelukkig maar, want een beetje extra pep in onze tred is gewenst.
Waar we eerst langzaam maar zeker steeds meer mensen konden inhalen, zie ik nu dat de tank bij Jan bijna leeg is. Zijn schouders hangen en zijn voeten sloffen. Ik speel wat opbeurende liedjes af op Spotify, en S Club 7, Elton John en Queen helpen ons weer een eindje verder.
Dan komen echt de laatste meters in beeld. Onze horloges piepen. Twintig kilometer gehad, nog één komma één te gaan. Jan vindt nieuwe energie en versnelt. We halen nog wat mensen in en we gaan zelfs harder dan vlak na de start. Het 13 mijl bord staat langs de weg. Nog 160 meter te gaan! We zien de finishboog, vuur, een timermat, een medaille om onze nek en dan is het klaar. Een halve marathon. Het verst en het langst dat Jan ooit heeft gerend en ik ben apetrots op hem.
Toon Steenbergen
Super gedaan.
Ineke
Respect voor Jan!!!!!!! Heel knap gedaan.
Wat een leuk verhaal weer Marleen!!.
Leuke sfeer daar in Las Vegas met de marathon in het donker.
De manier van cultuursnuiven van Jan begrijp ik wel. Zelf doe ik dat ook (vaak onbedoeld)
Nog veel plezier gewenst.
Dikke kus, mama
Bep
Petje af, wat super goed gedaan!