We rijden over een enorm bochtig bergweggetje. We draaien door de ene na de andere haarspeldbocht en terwijl we langzaam steeds hoger klimmen, wordt het uitzicht steeds mooier. Ik ben blij dat Jan rijdt, want nu kan ik onverstoord door het raampje naar buiten kijken.
Dan komen we bij een tunnel en rijden we ineens door het pikkedonker. Af en toe is er een gat in de tunnelwand en zie ik een korte flits van bergen.
Dan zien we het licht aan het einde van de tunnel. Nog een bochtje hier, een slinger daar, en dan: hoge rood-met-gele rotswanden, bespikkeld met groene dennebomen en hier en daar nog een plukje sneeuw.
We zijn in Zion!
Afgelopen zaterdagochtend liepen we de parkrun van Cedar City in Utah. Die was erg mooi, maar hardlopen op zo’n 1800 meter hoogte viel niet mee.
Na de loop dronken we koffie met een aantal andere parkrunners en maakten we plannen voor de komende dagen.
Vanuit Cedar City zijn zowel Zion als Bryce te bezoeken, al moet je er wel eerst een uurtje of anderhalf voor rijden. ‘Vlakbij’ dus, in Amerikaanse begrippen.
We gaan eerst naar Zion, die is het dichtst bij. Ik herinner me nog van vijfentwintig jaar geleden dat we toen met een shuttlebus binnen het park van de ene naar de andere plek reden. Aangezien het nu nog nét buiten het seizoen is, mogen we zelf in het park rijden.
Het is zaterdagmiddag, het is ontzettend mooi weer en het is het laatste weekend dat de ‘scenic drive’ – de ‘mooie route’ – met de eigen auto mag worden afgelegd. Het is dus enorm druk.
Vlak voor we het park inrijden, check ik even in de app of er nog bijzonderheden zijn. Ja, die zijn er: de scenic drive is vol en dus afgesloten. Verdorie.
Gelukkig is Zion enorm. In plaats van de scenic drive kiezen we voor de Mount Carmel Highway en moeten we dus door de Zion-Mount Carmel Tunnel.
Vijfentwintig jaar geleden reden we hier ook. Met een gigantische camper, die te hoog en te breed was om over één weghelft te rijden. We moesten toen wachten bij de parkranger op een teken dat de tunnel vrij was van ander verkeer. Zodra vanaf de andere kant een soort estafettestokje werd doorgegeven, was de tunnel voor ons vrij en kon Pa over de middenstreep en gebruikmakend van twee rijbanen veilig door de tunnel manoeuvreren met de camper.
Nu rijden we in een gewone personenauto, maar de chauffeur voor ons rijdt in een of andere extra brede truck. We moeten dus weer wachten bij de ranger, net als toen. Alleen het estafettestokje heb ik niet gezien.
Aan de andere kan van de tunnel hebben we ogen tekort. Het is hier weer ongelooflijk mooi. We stoppen bij verschillende uitzichtjes en wandelen korte stukjes de wildernis in, zoals bij ‘Many Pools Trail’, ‘Checkerboard Mesa’ en ‘East Rim Trail’.
Als de zon haar hoogste punt al lang weer verlaten heeft, keren we terug. Terug langs alle mooie uitzichten, terug door de tunnel en terug de berg afslingeren.
Morgen komen we nog eens terug, zeggen we tegen elkaar, en dan wat vroeger zodat we de scenic drive kunnen rijden!
Zo gezegd, zo gedaan.
Zondagochtend staan we vroeg op en rijden na het ontbijt meteen naar Zion. De scenic drive is gelukkig weer (of nog?) open en we koersen af op het einde van de canyon. Dan werken we zo per stop onze weg terug, was het plan.
Dat plan hadden meer mensen. Ondanks dat de weg nog niet is afgesloten en het nog zo vroeg is dat de zon nog niet over de canyonwanden heen is geklommen, is het al enorm druk op de parkeerplaatsen.
We hebben echter geluk: er rijdt precies iemand weg als wij de parking van de wandeling naar ‘The Narrows’ oprijden.
Zion National Park bestaat uit verschillende canyons. De hoofdcanyon waar wij nu zijn is uitgesleten door de Virgin River. Wij volgen het pad langs de rivier.
Het is prachtig. Het nog wat blauwige ochtendlicht hult de kloof in een geheimzinnig sfeertje. De zon kruipt langzaam omhoog en waar ze al over het randje op de wanden schijnt, laat ze de rotsen glimmen.
Aan het einde van het pad stoppen we. De rivier gaat verder, maar we kunnen niet doorlopen tenzij we ons een nat pak wagen. Daar zijn vele wandelaars goed op voorbereid! Gehuld in waadbroeken en gewapend met lange stokken voor balans lopen zij de rivier in. Ietwat jaloers kijken we ze na en draaien dan – met droge sokken – om. We hebben andere plannen voor vandaag.
We stoppen even bij de ‘Big White Throne’ (een grote, witte, platte berg) en wandelen naar ‘Weeping Rock’ – de huilende rots. De namen hier zijn erg beschrijvend.
Onze volgende wandeling is naar de ‘Emerald Pools’. Die zijn er drie, en voor iedere waterpoel moet je een stukje hoger klimmen. We lopen over een prachtig pad dat ons langs de wand van de kliffen naar de middelste Emerald Pool leidt. De uitzichten zijn fantastisch. Overal waar je kijkt is het mooi. Rode kliffen, geel zandsteen, blauwe lucht, groene bomen; als ik de plaatjes uit zou printen is mijn kleurentoner in no-time leeg.
Bij de middelste Emerald Pools pakt Jan even pauze. Ik klim door naar de bovenste poelen. Dat is geen makkelijk klimmetje, maar wel een mooie. Bij een lange, dunne waterval eindigt het pad. Wat een schoonheid!
Als we terug zijn bij de auto zijn de beentjes klaar voor vandaag. Want ondanks dat we eigenlijk vooral met de auto het park zouden bezoeken, hebben we ruim 13 kilometer gewandeld vandaag en morgen hebben we nog meer hikes op de planning staan.
We rijden terug en laten onze benen rusten in het warme water van de spa bij het hotel.
Morgen naar Bryce!
Toon Steenbergen
Haha, 25 jaar geleden, een gigantische camper…….
Voor onze begrippen wel ja.
Maar ergens op een camper-plaats sprak een Amerikaan mij aan met de vraag:
“Hoe bevalt het met een gezin van 5 in zo’n klein campertje?” 🙂
Ineke
Het is een prachtig land. Mooi verhaal met bekende plekken die we toen ook bezochten.
Groetjes.
Maria Schuffelen
Mooi verhaal en prachtige foto’s!