Het bed is bezaaid met spullen. Dikke sokken, thermobroeken, handschoenen, shirts, truien, skibroek en regenjas liggen klaar om in mijn tas te worden gestopt. Op de vloer liggen nog wandelschoenen, een muts, zwemkleding en een pot haargel. Bedenkelijk kijk ik van de berg zooi naar mijn tas, zucht een keer diep en begin te rollen, te vouwen en te proppen.