Ik voel de wind door mijn te lange haren waaien en een eigenwijze pluk plakt onhandig in mijn linkeroog. De zon klimt langzaam steeds hoger de lucht in en begint haar warmte uit te stralen. Gisteren heeft het flink geregend en alles ruikt nu heerlijk fris naar water en nat gras. Boven het ritmische gestamp van mijn voeten uit hoor ik vogels fluiten en verder niks.
Ik ren een rondje om de vijver in het park en laat mijn gedachten varen. Ik droom weg naar verre landen en spannende avonturen.
Dan kom ik een tegenligger tegen. Ik wijk uit naar rechts en ook hij loopt met een boogje om mij heen. En dan ben ik weer terug. Terug uit mijn dagdroom. Terug in Nederland. En in plaats van naar een exotische bestemming, ren ik gewoon terug naar mijn eigen flatje.