Death Valley!

Onder mijn voeten knisperen spierwitte zoutkristallen. Iedere stap kraakt een beetje alsof je door verse sneeuw loopt.
Ondanks dat ik mijn zonnebril op heb, moet ik mijn ogen samenknijpen tegen het reflecterende licht.
De bergen aan de horizon worden perfect weerspiegeld in het tijdelijke meer dat gevormd is door regenwater en als ik achterom kijk zie ik bijna negentig meter boven me een bordje hangen, met: ‘zeeniveau’.

We zijn vroeg uit de veren vandaag, want we gaan een dagtripje maken naar Death Valley! Het grootste, droogste en meest laaggelegen nationaal park van de Verenigde Staten.
Het is ruim twee uur rijden naar het bezoekerscentrum en binnen het park zelf hebben we ook minstens drie uur de tijd nodig.
Om tien voor zes ’s morgens draaien we het parkeerterrein van ons appartement af en koersen we richting Furnace Creek, een onheilspellende naam voor een plaatsje in de heetste regio van het land.
Onderweg tanken we voor minder dan zeventig cent per liter de auto vol – in Death Valley willen we niet zonder brandstof komen te staan – en drinken we koffie. Daar waren we met deze vroege start wel aan toe.
Bij het Furnace Creek Visitor Center halen we een plattegrond van het gebied. De plaaten die ik wil bezoeken kosten – zonder al te veel treuzelen – drie tot vier uur de tijd. Als ik ze aankruis op de kaart echter, lijken ze allemaal vlakbij elkaar te zitten. Dit park is gigantisch.
We starten met Badwater Basin. Een enorme zoutvlakte, waar nu in de winter door regenval een laagje water staat. De bergen die de vlakte omringen worden prachtig weerspiegeld in het vlakke water en we lopen over zoutkristallen die bij wijze van spreken zo thuis in de zoutmolen kunnen. Ik buk me en laat een enkel kristalletje aan mijn vinger plakken. Ik steek mijn vinger in mijn mond. Jep, zout.
Het bassin ligt ver onder zeeniveau – 86 meter om precies te zijn – en boven ons hoofd hangt aan de rotsen een bordje wat het zeeniveau aangeeft.
Na deze surrealistische ervaring rijden we naar de Artists Pallette, een reeks heuvels die door verschillende mineralen prachtige pastelkleuren hebben gekregen. Paars, roze, groen, geel; een lust voor het oog.
Aangezien we nu aan het einde van de winter/begin van de lente het park bezoeken, is het nog niet zo verschrikkelijk heet. Toch gaat het kwik richting 28 graden. Een bijkomend voordeel van deze relatief milde temperaturen en de tijd van het jaar zijn de woestijnbloemen die ineens in bloei komen te staan.
Langs de weg zijn de vlakten bedekt met een dun tapijtje vol gele en paarse bloemetjes die een heerlijke geur verspreiden. Hoe wonderlijk dat zulke tere plantjes kunnen overleven op zo’n onherbergzame plek.
We laten de pastelkleurige bergen en gele bloemenzeeën achter ons en bezoeken nog het uitzichtpunt bij Zabriskie en de zandduinen bij Mesquite alvorens we via een schilderachtig weggetje al slingerend tussen bergen en heuvels door het park weer verlaten.
Voordat we weer in de bewoonde wereld zijn echter, rijden we langs meerdere plekken met een ruimtemannetjes- en Area 51-thema.
Nadat we de buitenaards mooie landschappen van vandaag hebben bezocht, begrijpen we dat wel.

Vorige

Foto’s Valley Of Fire

Volgende

Foto’s Death Valley

  1. Toon Steenbergen

    Weer en mooi verhaal van een bijzondere plek.
    Toen wij er waren in 2001, mochten we van de verzekering NIET Death Valley bezoeken.
    Nu toch een beetje ervan mee gekregen.

    • In de zomer zou dat ook echt niet veilig geweest zijn. Wij kregen nu al allerlei adviezen over wat wel en niet te doen. In de zomer moet je na 10u ’s morgens eigenlijk nergens meer buiten wandelen en op sommige wegen mogen grote voertuigen nieteens komen.
      Maar inderdaad extra leuk om er nu wel veilig heen te kunnen!

  2. Ineke

    Weer heel erg bijzonder. Wat lijkt een mens nietig als je die foto bekijkt waar Jan op staat en naar de rots lijkt.
    En (bijna) overal op aarde is wel leven, zoals deze bloemetjes. Fantastisch!!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Waar is Marleen